Arme generatie

Yves Desmet in De Morgen van 3 11 2006

In Frankrijk is er een levendig maatschappelijk debat ontstaan tussen de kinderen van de babyboomgeneratie en hun ouders. Ze reageren op het onbehaaglijke gevoel dat zij het als eerste generatie sinds de Tweede Wereldoorlog economisch slechter zullen hebben dan hun ouders.Terwijl vader en moeder, beiden vijftigers, genieten van betere wijnen in hun buitenverblijf, proberen hun nochtans fiks gediplomeerde zoon en dochter voor de zoveelste keer een job te vinden waarmee ze ternauwernood de huur zullen kunnen betalen. Het klinkt als een karikatuur maar ze wordt wel ondersteund door zowat alle beschikbare sociaaleconomische statistieken.

De jongerenwerkloosheid is opvallend hoger dan vroeger, de vertegenwoordiging van de jongere generaties in de politiek, sociale en ondernemerswereld kleiner dan enkele decennia terug. Dankzij een uitzonderlijke naoorlogse economische groei, grote werkzekerheid, voordelige interesten en een galopperende inflatie is de generatie van de babyboomers uitgegroeid tot een gegoede, betere middenklasse die bovendien een comfortabel sociaal zekerheidssysteem heeft opgebouwd dat in de toekomst steeds exclusiever gefinancierd zal moeten worden door meer werkonzekere en minder verdienende jongeren.

"In plaats van geld te stoppen in maatregelen voor die jongeren heeft onze generatie van babyboomers vooral fortuinen gespendeerd om de eigen, comfortabele levensstijl te bestendigen", schrijft de schuldbewuste econoom Patrick Artus (55) in Comment nous avons ruiné nos enfants.

De jongeren die zeer binnenkort de uitzonderlijk zware rekening van de vergrijzing zullen moeten helpen betalen, zijn in Frankrijk de generatie waarin het minst geïnvesteerd is. Jongeren starten hun loopbaan vaak met onzekere stagecontracten en dreigen in de toekomst de eersten te zijn die er bij saneringen worden uitgezet omdat het potentiële reservoir bruggepensioneerden vermindert vanwege de demografie en het Generatiepact.

De stijging van de woonprijzen zorgt ook voor een ongeziene transfer van geld naar de ouderen. Terwijl de jongeren het steeds moeilijker hebben om werk te vinden moeten ze ook nog eens hoge bedragen ophoesten aan de babyboomers voor een dak boven het hoofd. Dat maakt hen minder koopkrachtig en de gepensioneerde huisbezitters rijker. Het resultaat is dat de babylosers effectief steeds meer koopkracht verliezen. In 1970 bedroeg het loonverschil tussen dertigers en vijftigers 15 procent, nu is het 40 procent.

Ten slotte maakt een steeds ouder wordende bevolking de erfenisoverdracht van kapitaal fundamenteel anders: vroeger van ouders naar kinderen, nu van hoogbejaarden naar jonge gepensioneerden. De basisgegevens voor dat maatschappelijke debat zijn in België niet fundamenteel verschillend van die in Frankrijk. Het is dan ook maar een kwestie van tijd voor het debat naar hier overwaait.


De Franse 'babylosers' keren zich tegen hun ouders

Barbara Debusschere in De Morgen bis 3 11 2006

Middenklassejeugd verwijt babyboomers spilzucht en egoïsme

Niet alleen de Franse banlieuejongeren zijn kwaad. Ook de twintigers en dertigers uit de Franse middenklasse pikken het niet meer. Luider nog dan hun leeftijdgenoten in andere rijke landen roepen deze 'babylosers', de kinderen van de babyboomers, de 'spilzieke' en egoïstische' generatie van hun ouders ter verantwoording. Ze krijgen de steun van sociologen, economen en zelfs van enkele schuldbewuste babyboomers. Een handvol Franse auteurs stelt in recente boeken dat de babyboomers die in 1969 nog op straat kwamen voor meer gelijkheid en solidariteit, anno 2006 de macht en het geld hebben en niet meer tot verandering te bewegen zijn. "Er is geen plaats meer voor jongeren in dit land", meent dertiger Nicolas Charbonneau.

Terwijl vader en moeder, beiden vijftigers, genieten van dure wijnen in hun buitenverblijf proberen hun nochtans fiks gediplomeerde zoon en dochter voor de zoveelste keer een job te vinden waarmee ze de huur wel zullen kunnen betalen. Terwijl de ouders zich afvragen wat het mooiste kleur is voor een nieuw designerbankstel, vraagt hun kroost zich af of ze ooit voldoende bestaanzekerheid zullen hebben om kinderen op de wereld te zetten. Of om een huis te kopen. Het mag een karikatuur lijken, als we de Franse debatten op tv, in kranten, in magazines en op blogs mogen geloven is het voor steeds meer dertigers geboren in de middenklasse van vandaag de realiteit.

Ook de woedende straatprotesten van jongeren afgelopen lente tegen het Contrat Première Embauche, waardoor werkgevers jongeren in de eerste twee jaar zonder reden kunnen ontslaan, waren een uiting van dezelfde frustratie en onzekerheid. "Grote bedrijven teren op onderbetaalde stagiairs die als wegwerpproducten steeds worden vervangen. Wij kunnen niet aan een toekomst bouwen", klinkt het bij de 'Génération Précarité' ('Generatie Onzekerheid'), die zich op verschillende websites verenigd heeft.

En de feiten zijn er. De Franse jongerenwerkloosheid is opvallend hoog (25 procent) en jaarlijks vangen bijna een miljoen afgestudeerden lange onbetaalde stages aan zonder zicht op enige werkzekerheid, zo meldt het Collectif Génération Précarité. Maar terwijl de protesten van dat collectief zich tot nu toe vooral richtten tegen het systeem en het beleid, klinkt nu steeds luider en bozer een aanklacht aan het adres van de babyboomers, de generatie geboren in de eerste tien jaar na de Tweede Wereldoorlog. Er is nog geen collectief of platform van Franse 'babylosers', maar lang lijkt dat niet meer te zullen duren. De laatste weken en maanden verschenen verschillende opiniestukken en boeken met titels of citaten als "Hoe we onze kinderen geruïneerd hebben", "Op weg naar een oorlog tussen de generaties?" of "Generatie 69, de dertigers zeggen jullie geen dankjewel".

Die uitbreiding van het Franse jongerenprotest valt op. Ook in andere landen, en zeker in de Zuid-Europese, speelt het debat over vergrijzing en het gebrek aan solidariteit tussen de generaties. Ook in andere landen hebben meer dertigers dan ooit het slechter dan hun ouders. In Italië is zo het internetplatform Generatie Duizend Euro ontstaan, verwijzend naar het gemiddeld maandloon van afgestudeerden. De Franse dertigers zijn echter de eersten die de generatie van hun eigen ouders openlijk aanvallen. Kenners van het land en zijn cultuur schrijven dat vooral toe aan de levendige Franse protestcultuur, iets waarop de Republiek zowat gebouwd is. Terwijl dezelfde frustraties en onzekerheden in andere landen op café en op blogs geventileerd worden, gaan Franse jongeren doorgaans iets sneller, al dan niet letterlijk, op de barricades staan.

Maar op zich hoeft de uitbreiding van het jongerenprotest dan weer niet te verwonderen. Want, zeker in Frankrijk, zijn de babyboomers het systeem en het beleid. Dat is meteen een van de aanklachten die de zelfverklaarde Franse 'babylosers' op de huidige generatie vijftigers afvuren. "Er is geen plaats voor de jongeren in dit land", stelt dertiger Nicolas Charbonneau, auteur van het boek Génération 69, les trentenaires ne vous disent pas merci. Terwijl in 1981 nog 40 procent van de parlementsleden jonger was dan 44, is dat nu nog maar 15 procent. "En dat is net zo in de politieke partijen, in de vakbonden, in de groepen die de economische en sociale beslissingen nemen. Overal zijn de jongeren ondervertegenwoordigd en dus uitgesloten van de grote maatschappelijke debatten. In andere landen leeft dezelfde problematiek, maar in Frankrijk is er naast de torenhoge jongerenwerkloosheid ook echt een gebrek aan dialoog tussen de generaties", zegt dertigster Weronika Zarachowicz die het recente artikel 'Op weg naar een oorlog tussen de generaties?' schreef.

Charbonneau, Zarachowicz en nog een handvol auteurs stellen onomwonden dat de babyboomers die in 1969 nog op straat kwamen voor meer gelijkheid en solidariteit nu, dankzij de uitzonderlijke economische groei, de werkzekerheid en voordelige interesten van tussen de jaren zestig en negentig, doorgaans gearriveerde bourgeois zijn die de macht en het geld hebben en daarom niet meer tot verandering te bewegen zijn.

"In plaats van geld te stoppen in maatregelen voor jongeren heeft deze generatie vooral fortuinen gespendeerd om de eigen comfortabale levensstijl te bestendigen", schrijven ook de econoom Patrick Artus (55) en Marie-Paule Virard (52) in Comment nous avons ruiné nos enfants. "En op die manier hypothekeren we de toekomst van onze kinderen", aldus de auteurs. De jongeren die zeer binnenkort de uitzonderlijk zware rekening van de vergrijzing zullen moeten helpen betalen, zijn in Frankrijk de generatie waarin het minst geïnvesteerd is, stelt ook socioloog Louis Chauvel (Science Po, 39). "De minder goede economische groei kan niet voldoende verklaren dat de Franse jongeren uit te boot vallen. Typisch Frans is dat ons land, waar de generatie van de babyboomers de leiding heeft, vergeten is zijn jongeren te begeleiden in de zoektocht naar werk", aldus Chauvel.

Frankrijk investeert bijvoorbeeld 11 procent minder dan het wereldwijde gemiddelde in zijn universiteitsstudenten. Bovendien zijn de opleidingen verouderd, zodat jaarlijks tienduizenden Franse jongeren studies aanvatten waarmee ze nauwelijks relevante ervaring opdoen voor op de arbeidsmarkt. De meesten studeren gemiddeld twee jaar langer dan hun ouders maar tegenwoordig is 25 tot 30 procent van de universiteitsstudenten langdurig werkloos na zijn afstuderen. In de jaren zeventig was dat 6 procent. "En Franse bedrijven in moeilijkheden ontslaan altijd eerst de nieuwkomers. De ouderen kunnen op hun post blijven zitten. Iedereen die 'er nog niet was' wordt daarvan het slachtoffer", zegt Chauvel tegen De Morgen. Het systeem draait volgens hem "op de hoop van de jongeren dat ze na jaren van slechte contracten en onderbetaalde stages ergens zullen geraken. Maar degenen die hen dat beloven zullen er tegen die tijd al lang niet meer zijn."

Ook de Franse woningmarkt illustreert volgens specialisten een gebrek aan solidariteit tussen de generaties. "De stijging van de woonprijzen zorgt voor een ongeziene transfer van geld naar de ouderen. Terwijl de jongeren het steeds moeilijker hebben om werk te vinden, moeten ze ook nog eens tegen hoge bedragen neerleggen aan de babyboomers voor een dak boven het hoofd. Dat maakt hen minder koopkrachtig en de gepensioneerden rijker", aldus Patrick Artus in tegen Télérama. Het resultaat is dat de babylosers effectief steeds meer verliezen. In 1970 was het loonverschil tussen dertigers en vijftigers 15 procent, nu is het 40 procent.

"De sociale ladder is er een geworden die je alleen nog kunt afdalen. Frankrijk heeft twintig jaar lang zijn jongeren opgeofferd om het sociaal model in stand te houden waarvan vooral de bayboomers profiteren. Er is hoegenaamd geen project voor de jeugd, voor de toekomst. Zowel de jongeren in de banlieues als zij uit de middenklasse voelen dat, elk op hun eigen manier. En ze komen daar nu tegen in het verweer", zegt Chauvel. De situatie is voor hen zo erg, zo zeggen de babylosers, dat er steeds meer 'Tanguys' zijn en dat je alleen maar kunt hopen op een erfenis. Les Tanguys zijn de toenemende groep werkende twintigers die terug bij hun ouders gaan wonen omdat ze anders niet rondkomen. Volgens Chauvel is dat een pleister op een houten been. Het verbergt het gebrek aan structurele solidariteit tussen de generaties.

Schuldbewuste vijftigers

De babyboomers ontkennen overigens niet dat het misloopt. In 2004 verklaarde 60 procent van de Fransen dat ze het volste vertrouwen hadden in de toekomst. Slechts ruim een derde had echter goede hoop over de toekomst van zijn of haar eigen kinderen. "Maar op de recente aanklachten van de babylosers reageren veel vijftigers furieus", zo getuigt Zarachowicz. Desondanks is er misschien verandering op til. Het ongenoegen van de Franse jeugd, zowel van de achtergestelde migranten in de banlieues tot de babylosers uit de middenklasse, is absoluut een heet thema in de aanloop naar de verkiezingen in april. Bovendien zijn er nu naast sociologen en economen ook babyboomers opgestaan die zich openlijk keren tegen hun eigen generatie en de jongeren een hart onder de riem steken. Ze vormen nog een absolute minderheid. Maar het zijn invloedrijke mensen die gewicht in de schaal kunnen leggen.

Er zijn onder andere de eerder vermelde vijftigers Artus en Virard, auteurs van Hoe wij onze kinderen geruïneerd hebben. Virard is hoofdredactrice van het economische maandblad Enjeux-Les Echos en Artus is economieprofessor aan de Sorbonne. Er is ook Denis Jeambar (58), belangrijk opiniemaker en redactiedirecteur van L'Express. Hij schreef samen met zijn redactiechef Jacqueline Remy het boek met de niet mis te verstane titel Onze kinderen zullen ons haten. Daarin wijzen ook zij op het gebrek aan solidariteit met de jongeren.

Deze schuldbewuste babyboomers verwoorden het zo: "Op een dag zullen onze kinderen ons haten. En ze zullen gelijk hebben. Want wij, de babyboomers, hebben hen een zwakke, armoedige, versleten samenleving nagelaten. We hebben alle troeven in handen gehad en we hebben zonder medelijden ons recht uitgeoefend om wat vorige generaties ons hadden nagelaten op te souperen. Wij zijn opgegroeid in een maatschappij in volle groei. Maar welke toekomst hebben we voor onze eigen kinderen voorzien? (...) Als onze kinderen ons op een dag hun woede uitschreeuwen kan niemand zeggen: We wisten het niet."


Louis Chauvell | © Natacha Soury
Socioloog Louis Chauvel :
"Frankrijk heeft twintig jaar lang zijn jongeren opgeofferd om het sociaal model in stand te houden waarvan vooral de bayboomers profiteren. Er is hoegenaamd geen project voor de jeugd, voor de toekomst."
arrow up | pijl naar boven